de KOE

De Nijl is in Caïro aangekomen

Het is niet omdat het leven als dusdanig zinloos is en hoofdzakelijk uit lijden bestaat, dat het verboden zou zijn om het zo goed mogelijk door te brengen (Schopenhauer).

In ‘De Nijl is in Caïro aangekomen’ wagen twee broers zich wederom op het strijdveld van het salon. Vanachter hun kamerjas praten ze de stilte vol. Bloedverwanten vastgeklonken in een ratelende folie à deux. Met zoveel verbaal geweld kan het niet anders of de humor ontsnapt door kieren en gaten. Maar soms leiden woorden ook naar onbekende einders, en geven tere stukjes mens zich haast onmerkbaar bloot.

Twee mannen, twee tegenpolen: ascese en hedonisme, ratio en romantiek, pragmatisme en heldendom, filosofie en slapstick. Wat ze alvast wel gemeen hebben, zijn hun nierstenen. En een vrouw, die hen heeft achtergelaten, aan elkaar overgeleverd.
 

PETER VAN DEN EEDE (TEKST & SPEL), FRANK FOCKETYN (TEKST), WILLEM DE WOLF (SPEL)
KOEN BROOS (FOTO)
 

IN DE PERS

Cie. de KOE verzacht de pijn van het zijn met ‘De Nijl…’
Het illustere trio dat ten grondslag ligt aan de voorstelling – Schopenhauer, Montaigne en Pascal – is niet geheel afwezig, maar wordt in een aantrekkelijke, zelden hoogdravende tekst vermaald. - Peter Anthonissen, De Standaard (1998)

Ze flappen er de ene snedige gedachte na de andere uit, met een lichtvoetigheid die haast onfilosofisch te noemen is, en combineren ze tegelijk met een ironische commentaar op het hic et nunc van het theater. - Paul Verduyckt, Knack (1998)

Samen vormen ze een onweerstaanbaar duo dat razend knap balanceert tussen hoogdravende filosofische inzichten, aardse beweegredenen en pure slapstick. - Margriet Prinssen, Haarlems Dagblad (1998)

Geleende woorden van grote geesten – het programmaboekje vermeldt Pascal, Montaigne, Schopenhauer – zijn hier vernuftig tot een theatertekst vervlochten. Nergens gaan ze hol klinken, als instant filosofie, of krijgen ze het dood gewicht van uit hun context gelichte oneliners. Op een vederlichte manier bouwen [de spelers] een web van tegenstellingen uit, alsof ze ter plekke de diepgang uit hun mouw schudden. - Geert Van der Speeten, De Standaard (1998)